voorlichtingsgesprek met aanstaande ouders

Met vervolgonderzoek kunt u zekerheid krijgen of uw kind down-, edwards- of patausyndroom heeft. Dit vervolgonderzoek heet prenatale diagnostiek. U kunt vervolgonderzoek krijgen als:

  • u volgens de combinatietest een verhoogde kans hebt op een kind met down-, edwards- of patausyndroom

óf 

  • als u een afwijkende uitslag hebt gehad van de NIPT

óf

  • als er medische redenen zijn (medische indicatie) voor vervolgonderzoek. U heeft bijvoorbeeld een medische reden als u eerder zwanger bent geweest van een kind met down-, edwards- of patausyndroom. Uw verloskundig zorgverlener kan u hier meer over vertellen.

Wilt u meer weten over vervolgonderzoek? U kunt dan een uitgebreid gesprek krijgen in een Centrum voor Prenatale Diagnostiek.

Een zorgverlener bij het Centrum voor Prenatale Diagnostiek kan u meer vertellen over de uitslag en wat dit voor uw kind betekent. Er wordt dan ook met u besproken wat de mogelijkheden zijn. Pas daarna besluit u wat u wilt doen. U kunt besluiten dat u geen vervolgonderzoek wilt. U kunt ook besluiten dat u dat wel wilt. U bent nergens toe verplicht. U kiest zelf. 

Denkt u erover om uw zwangerschap misschien afbreken? Dan is het belangrijk om eerst vervolgonderzoek te laten doen om zeker te weten of uw kind down-, edwards- of patausyndroom heeft.

Welke mogelijkheden voor vervolgonderzoek heeft u? 

Dit hangt af van welke test u eerst heeft gedaan en hoeveel weken u zwanger bent.

  • Heeft u de combinatietest gedaan? 

U kunt kiezen uit de NIPT, een vlokkentest en een vruchtwateronderzoek.

  • Heeft u de NIPT gedaan?

U kunt kiezen uit een vlokkentest en een vruchtwateronderzoek.

  • U heeft een medische reden (medische indicatie) en heeft nog geen test gehad.

U kunt kiezen uit de NIPT, een vlokkentest en een vruchtwateronderzoek.

Naar boven

De vervolgonderzoeken uitgelegd

  • NIPT na de combinatietest

De NIPT is een bloedonderzoek. Bij de NIPT is er geen risico op een miskraam. Dat is er wel bij de vlokkentest of de vruchtwaterpunctie. 

Bent u volgens de NIPT niet zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom? Deze uitslag klopt bijna altijd. De kans is zeer klein dat u dan toch een kind krijgt met down-, edwards- of patausyndroom. Minder dan 1 van de 1000 zwangeren zijn dan toch zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom. U krijgt dus geen verder vervolgonderzoek. 

Heeft u een afwijkende uitslag en bent u volgens de NIPT mogelijk zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom? Meestal klopt de uitslag. Maar als u zekerheid wilt hebben, kunt u kiezen voor een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie. 

Meer informatie over de NIPT.

Naar boven

  • Een vlokkentest

Dit is een onderzoek van de moederkoek. Door een vlokkentest kunt u een miskraam krijgen. Dit gebeurt bij ongeveer 2 van de 1.000 vrouwen die een vlokkentest krijgen. 

Hoe werkt een vlokkentest?

Een arts pakt met een naald via de buikwand of via de vagina een klein stukje van de placenta (moederkoek) weg. Met een echoapparaat kan de arts goed kijken waar de placenta zit.

In de placenta zitten cellen die voor een deel hetzelfde zijn als de cellen van het kind. Het laboratorium gebruikt deze cellen om te onderzoeken of het kind down-, edwards- of patausyndroom heeft.

U kunt een vlokkentest krijgen vanaf 11 weken zwangerschap. Het duurt 3-5 werkdagen voor u de uitslag heeft.

Geeft de vlokkentest zekerheid?

Een vlokkentest geeft bijna altijd zekerheid of uw kind down-, edwards- of patausyndroom heeft. Heel soms is toch nog een vruchtwateronderzoek nodig. Uw arts zal u daar dan meer over vertellen.

Meer informatie over de vlokkentest.

Naar boven

  • Een vruchtwateronderzoek

Dit is een onderzoek van het vruchtwater. Door een vruchtwaterpunctie kunt u een miskraam krijgen. Dit gebeurt bij ongeveer 2 van 1.000 vrouwen die een vruchtwateronderzoek krijgen. 

Hoe werkt een vruchtwateronderzoek?

Een arts zuigt via de buikwand met een naald een klein beetje vruchtwater op. Met een echoapparaat kan de arts goed kijken waar het kind is in uw buik. De arts wil uw kind niet raken. 

In het vruchtwater zitten ook cellen van het kind. Het laboratorium gebruikt deze cellen om te onderzoeken of het kind down-, edwards- of patausyndroom heeft.

U kunt een vruchtwateronderzoek krijgen vanaf ruim 15 weken zwangerschap. Het duurt 3-5 werkdagen voor u de uitslag hebt.

Geeft vruchtwateronderzoek zekerheid?

Een vruchtwateronderzoek geeft altijd zekerheid. Na het onderzoek weet u of uw kind wel of geen down-, edwards- of patausyndroom heeft.

Meer informatie over vruchtwateronderzoek.

Naar boven

De mogelijkheden voor vervolgonderzoek (prenatale diagnostiek)

In de afbeelding ziet u welke mogelijkheden er zijn voor vervolgonderzoek na een ongunstige testuitslag of als er medische redenen (medische indicatie) zijn voor vervolgonderzoek.

Naar boven

<Terug naar stap 6: De uitslag: u bent misschien zwanger van een kind met down-, edwards, of patausyndroom. Wat nu?