voorlichtingsgesprek aanstaande ouders

Als u een gunstige uitslag heeft, hoeft u geen vervolgonderzoek.

  • Heeft u volgens de combinatietest een kans op een kind met down-, edwards- of patausyndroom die kleiner is dan 1 op 200 (bijvoorbeeld 1 op 1.000)? U heeft geen verhoogde kans. U hoeft geen vervolgonderzoek. De uitslag klopt bijna altijd.
  • Is de uitslag van de NIPT ‘niet-afwijkend’? Deze uitslag klopt bijna altijd. Minder dan 1 van de 1.000 zwangeren met deze uitslag is toch zwanger van een kind met een van de aandoeningen. U hoeft geen vervolgonderzoek.

Als u een ongunstige uitslag heeft, kunt u kiezen voor vervolgonderzoek om zekerheid te krijgen.

  • Heeft u volgens de combinatietest een kans van 1 op 200 of hoger (bijvoorbeeld 1 op 50)? U heeft een verhoogde kans. U kunt kiezen voor vervolgonderzoek om zekerheid te krijgen.
  • Heeft u een afwijkende uitslag op de NIPT? Ongeveer 75 van de 100 van de vrouwen met deze uitslag zijn daadwerkelijk zwanger van een kind met downsyndroom. Voor edwards- en patausyndroom geldt dit voor respectievelijk 24 en 23 van de 100 vrouwen met een afwijkende uitslag.

Goed om te weten:

Bij de meeste kinderen worden geen aangeboren aandoeningen gevonden. Soms zijn er wel aandoeningen, maar deze worden niet met prenatale screening opgespoord. Prenatale screening geeft dus geen zekerheid.

Terug naar stap 5. Geeft de uitslag van de screening zekerheid?