zwangere vrouw krijgt een echo

Mijn kind heeft een afwijking. Wat nu?

U krijgt een gesprek met een of meer deskundigen van het Centrum voor Prenatale Diagnostiek. Dat is een afdeling in een ziekenhuis. Zij zullen u meer vertellen over de afwijking van het kind en wat dit betekent. Wat is de verwachte kwaliteit van leven met deze afwijking? Welke behandelmogelijkheden zijn er? Hoe oud kan uw kind worden? Welke beslissingen kunt u nemen?

Het hangt van de afwijking af, welke mogelijkheden er zijn. We zetten ze hieronder op een rijtje.

  1. Niets doen en afwachten hoe het kind zich ontwikkelt
    Soms is nog niet duidelijk hoe de afwijking zich verder zal ontwikkelen. Als u dat wilt, kunt u later in de zwangerschap nog een keer een onderzoek krijgen. Het kan dan zijn dat de afwijking minder ernstig is dan eerst werd dacht. Het kan ook zijn dat de afwijking toch ernstig is of ernstiger dan gedacht.
  2. Behandeling van het kind
    Sommige afwijkingen zijn te behandelen. Soms kan dit al tijdens de zwangerschap. Soms is een operatie nodig na de geboorte. Het kan dan goed zijn om in een specialistisch ziekenhuis te bevallen. Er is dan direct goede zorg voor het kind.
    Soms is het beter als het kind iets vroeger geboren wordt. Soms is het mogelijk dat ouders zich voorbereiden en al een training volgen, bijvoorbeeld als het kind een hazenlip heeft.
  3. De gezondheid van de moeder gaat voor
    Sommige afwijkingen zijn zo ernstig, dat het kind tijdens de zwangerschap of kort na de geboorte zal overlijden. Als u dat wilt, kunt u de zwangerschap uit dragen. Wel kan dan worden afgesproken dat uw gezondheid altijd het belangrijkst is. Dit betekent bijvoorbeeld dat u in principe geen keizersnede krijgt. Een keizersnede geeft voor de moeder namelijk grotere risico’s dan een gewone bevalling.
  4. Zwangerschap afbreken
    U kunt er ook voor kiezen om de zwangerschap af te breken. Dit kan tot 24 weken zwangerschap. Om deze reden kan het echo-onderzoek het beste plaatsvinden rond de 20e week van de zwangerschap. U heeft dan nog tijd voor vervolgonderzoek en tijd om goed na te denken. U krijgt ook gesprekken met deskundigen. U kunt al uw vragen aan hen stellen.

U beslist zelf wat u doet met de uitslag

Het kan erg moeilijk zijn om te besluiten wat u moet doen als uw ongeboren kind een afwijking heeft. Het is belangrijk dat u een keuze maakt die bij u past.

Heeft u behoefte aan ondersteuning? Deskundigen bij het Centrum voor Prenatale Diagnostiek kunnen u verder helpen. Zij zullen u niet sturen of dwingen. U kunt er ook over praten met uw verloskundige, gynaecoloog of huisarts. Soms kan het ook helpen om te praten met een kinderarts, een klinisch geneticus (erfelijkheidsarts) of een maatschappelijk werker van het ziekenhuis. Vaak kunt u ook terecht bij patiëntenorganisaties. Vraag ernaar bij uw verloskundige, gynaecoloog of huisarts.

Het kan ook helpen om te praten met andere mensen die belangrijk zijn voor u, voordat u een beslissing neemt. Misschien uw ouders, vrienden, een dominee of pastoor, een imam of rabbijn.

Op de website van het Erfocentrum vindt u ook informatie over wat u kunt doen als u heeft gehoord dat uw ongeboren kind een aandoening heeft.

< Terug naar 'De uitslag van de 20 wekenecho'