zwangere vrouw krijgt een echo

Open rug (spina bifida)

Bij een open rug is de wervelkolom van het kind niet helemaal gesloten. Dit is een ‘neuraalbuisdefect’ en wordt ook wel spina bifida genoemd. De echoscopist kan meestal op de 20 wekenecho zien dat de wervelkolom niet helemaal gesloten is.

Kinderen met een open rug hebben bijna altijd lichamelijke problemen. De opening in de wervelkolom kan op verschillende plekken zitten. Hoe hoger de opening, hoe meer lichamelijke problemen het kind zal hebben. Er kunnen problemen zijn met bijvoorbeeld de blaas, de darmen en het gebruik van de benen. Soms zijn er ook problemen in de hersenen, waardoor een kind een verstandelijke beperking heeft. Kinderen met een open rug hebben ook vaker een waterhoofd of een klompvoet.

Een open rug kan soms worden behandeld. Heel soms kan dat al tijdens de zwangerschap. Het doel van de behandeling is om het kind op te laten groeien met zo min mogelijk problemen.

Ongeveer 2 van elke 10.000 geboren kinderen hebben een open rug of een open schedel. Het slikken van foliumzuur kan de kans op een open rug of open schedel verminderen.

Open schedel

Bij een open schedel ontbreekt de bovenkant van de schedel. Hierdoor zijn de hersenen niet goed ontwikkeld. Een kind met een open schedel overlijdt vaak al tijdens de zwangerschap en anders vlak na de geboorte. Een open schedel komt ongeveer net zo vaak voor als een open rug. Een open schedel is ook een neuraalbuisdefect, net als een open rug.

Klompvoet

Bij kinderen met een klompvoet staat de voet niet recht onder het been. De voet staat iets naar binnen of beneden. De voet heeft meestal wel gewoon vijf tenen en ziet er niet anders uit. Klompvoeten kunnen voorkomen samen met een open rug. De behandeling van een klompvoet begint altijd zo snel mogelijk na de geboorte. Een klompvoet is goed te behandelen. Hierdoor kan een kind met een klompvoet een normaal leven leiden.

Het komt voor dat kinderen met een klompvoet ook een lipspleet hebben.

Lipspleet (schisis)

Een lipspleet is een afwijking van het gezicht. De bovenlip, kaak en/of gehemelte zijn niet helemaal gesloten. Je ziet hier dan een spleet of groef. Er zijn veel verschillende vormen van deze afwijking. Hoe het er uitziet verschilt van mens tot mens. Deze afwijking wordt ook wel een schisis genoemd. Vroeger noemde men de afwijking ook wel 'hazenlip'.

Meestal wordt een kind met een lipspleet geopereerd. Vaak zijn meerdere operaties nodig. Afhankelijk van de vorm van de lipspleet kan een kind problemen krijgen met zuigen, slikken, praten en de stand van het gebit.

Het komt voor dat kinderen met een lipspleet ook een klompvoet hebben.

Hartafwijkingen

De echoscopist kijkt hoe groot het hart is en waar het precies zit. Ook kijkt ze of de hartkleppen werken en of de hartkamers zich goed ontwikkelen. Er zijn verschillende soorten hartafwijkingen. Veel van deze afwijkingen worden al op de 20 wekenecho al gezien. Sommige hartafwijkingen zijn te klein of te onduidelijk om te zien op de echo. Een echoscopist kan daarom niet alle hartafwijkingen zien.

Bij sommige hartafwijkingen kan een kind geopereerd worden. Om direct goede zorg te kunnen geven na de geboorte, is het dan verstandig om te bevallen in een specialistisch centrum.

Er zijn ook hartafwijkingen waarbij geen behandeling mogelijk is.

Problemen met de nieren (nierafwijkingen)

Sommige nierafwijkingen zijn minder ernstig en sommige zijn ernstig. Als een kind een nierafwijking heeft aan één van de twee nieren, is het niet altijd nodig om te behandelen. Soms is een operatie nodig. Het kan ook zijn dat een behandeling niet mogelijk is.

Breuk of gat in de buik (buikwanddefect)

Bij een breuk of gat in de buik (buikwanddefect) komen de organen door de buik naar buiten. Als de echoscopist een breuk of gat in de buik ziet op de 20 wekenecho, is verder onderzoek belangrijk. Het kan zijn dat het kind een andere afwijking heeft waardoor dit is ontstaan. Meestal kan de kinderchirurg na de geboorte de buikwand dichtmaken.

Breuk of gat in het middenrif

Als een kind een breuk of gat in het middenrif heeft, kan een deel van de buikinhoud (darmen, maag, lever) in de borstholte liggen. Tijdens de zwangerschap krijgt het kind zuurstof via de navelstreng en levert dit geen acuut gevaar op voor het kind. Maar als er veel buikinhoud in de borstholte ligt, kunnen de longen zich niet goed ontwikkelen. Na de geboorte kan het kind dan niet of moeilijk ademhalen.

Een kind met een breuk of gat in het middenrif moet na de geboorte direct geopereerd worden. Dit is een grote operatie. Om te zorgen dat dit zo snel mogelijk gebeurt, is het verstandig om te bevallen in een specialistisch centrum. Dan staat er meteen een team klaar voor de operatie.

Ontwikkeling van de botten, armen of benen

Bij het onderzoek kan de echoscopist zien of de botten een normale vorm hebben. Zij kan ook zien of alle botten aanwezig zijn in de armen en benen.