menigte

Antwoord op veelgestelde vragen

Bekijk de antwoorden op de veelgestelde vragen. Daarnaast kunt u met vragen terecht bij uw verloskundig zorgverlener.

Direct naar vragen over:

Screening op down-, edwards- en patausyndroom

Met welke vragen en keuzes moet ik rekening houden?

U bepaalt zelf of u de screening op down-, edwards- en patausyndroom laat uitvoeren. Wat weegt u af? U kunt daarbij denken aan de volgende vragen:

  • Hoeveel wilt u weten over uw kind voordat het wordt geboren?
  • Als uit de combinatietest of NIPT een afwijkende uitslag komt, wilt u dan wel of geen vervolgonderzoek laten doen?
  • Uit het vervolgonderzoek kan blijken dat uw kind inderdaad down-, edwards- of patausyndroom heeft, hoe bereidt u zich hierop voor?
  • Hoe kijkt u aan tegen het leven met een kind met down-, edwards- of patausyndroom?
  • Hoe kijkt u aan tegen het eventueel voortijdig beëindigen van een zwangerschap bij een kind met down-, edwards- of patausyndroom?
  • Heeft u behoefte aan ondersteuning bij het maken van uw keuze om wel of geen screening op down-, edwards- en pataysyndroom te laten uitvoeren? Dan kunt u altijd terecht bij uw verloskundige, huisarts of gynaecoloog.

Wat moet ik betalen voor de screening op down-, edwards- en patausyndroom?

De zorgverzekering betaalt het uitgebreide gesprek met de verloskundige of gynaecoloog.

De screening moet u zelf betalen.

  • De screening kost €168 (combinatietest, bij eenling) of  €175 (NIPT).

Soms betaalt een aanvullende verzekering de combinatietest. Informeer bij uw zorgverzekeraar.

De zorgverzekeraar betaalt de eigen bijdrage van de NIPT (TRIDENT-2) niet. De zorgverzekeraar betaalt de NIPT (TRIDENT-1) wel bij een medische indicatie/verhoogd risico. Dit kan ten koste gaan van het eigen risico.

Als uit de combinatietest of NIPT een afwijkende uitslag komt, kunt u een gesprek krijgen in een Centrum voor Prenatale Diagnostiek. Uw zorgverzekeraar betaalt dit gesprek, dit gaat niet ten koste van uw eigen risico. Indien gewenst, wordt in overleg met u bepaald voor welk vervolgonderzoek u het beste kunt kiezen. De kosten van vervolgonderzoek worden vergoed vanuit de basisverzekering. Dit kan wel gevolgen hebben voor uw eigen risico.

Wat is het verschil tussen de NIPT en de combinatietest?

NIPT ontdekt meer kinderen met down-, edwards- en patausyndroom en de kans is groter dat de uitslag klopt. Dat wil zeggen dat de NIPT minder zwangeren ten onrechte doorstuurt voor vervolgonderzoek. Er zijn meer verschillen tussen de NIPT en de combinatietest:

Kan ik mijn kind alleen laten screenen op edwards- en patausyndroom? Ik hoef geen informatie over downsyndroom.

Als u kiest voor screening op down-, edwards- en patausyndroom krijgt u altijd alle drie de uitslagen. U kunt er niet voor kiezen om alleen de uitslagen op edwards- en patausyndroom te horen.

Wat is de kans op een kind met down-, edwards- of patausyndroom?

De kans op het krijgen van een kind met downsyndroom, edwardssyndroom of patausyndroom stijgt met de leeftijd van de zwangere. De tabel geeft per leeftijdscategorie aan, hoeveel van de 10.000 vrouwen zwanger zijn van een kind met een van de aandoeningen.

 
Leeftijd zwangere   downsyndroom edwardssyndroom patausyndroom
20-25 jaar    11 tot 13   4 1
26-30 jaar     14 tot 19 4 tot 5 1
31-35 jaar 20 tot 45 7 2
36- 40 jaar 60 tot 155 17 5
41- 45 jaar 200 tot 615  64 20

Toelichting bij de tabel:

  • Als 10.000 vrouwen van 30 jaar zwanger zijn, dan zijn gemiddeld 19 van hen zwanger van een kind met downsyndroom. Dat betekent dat gemiddeld 9.981 vrouwen zwanger zijn van een kind zonder downsyndroom.
  • Als 10.000 vrouwen van 40 jaar zwanger zijn, dan zijn gemiddeld 155 van hen zwanger van een kind met downsyndroom. Dat betekent dat gemiddeld 9.845 vrouwen zwanger zijn van een kind zonder downsyndroom.

Ik ben zwanger van een tweeling. Kan ik dan ook meedoen aan de screening?

Als u zwanger bent van een tweeling, kunt u bijna altijd kiezen voor de combinatietest. De combinatietest werkt dan wel iets minder goed. Dat betekent dat de combinatietest meer kinderen met downsyndroom mist.

Soms kunt u bij een tweelingzwangerschap ook kiezen voor de NIPT. Dit hangt af van de zwangerschap. Met de echo wordt er gekeken naar het type tweelingzwangerschap. Als er sprake is van een zogenaamde monochoriale tweelingzwangerschap (één placenta, dun/geen tussenschot) kun u kiezen voor NIPT. Als er sprake is van een zogenaamde dichoriale tweelingzwangerschap (2 placenta’s, dik tussenschot) kunt u niet kiezen voor NIPT.

NIPT: algemeen

Wat is de NIPT?

De NIPT betekent niet-invasieve prenatale test. Bij deze test wordt er bloed afgenomen uit de arm van de zwangere. Het laboratorium onderzoekt het DNA in het bloed op chromosoomafwijkingen en kan zo bepalen of er aanwijzingen zijn dat het kind down-, edwards- of patausyndroom heeft. U kunt alleen kiezen voor de NIPT als u meedoet aan een wetenschappelijke studie. 

Hoe werkt de NIPT?

Bij de NIPT onderzoekt het laboratorium stukjes erfelijk materiaal (DNA) in het bloed van de zwangere. In dat bloed zit ook een klein beetje DNA van de placenta (moederkoek). Dit DNA is bijna altijd hetzelfde als dat van het kind. Het laboratorium kan zo onderzoeken of er bij het kind een aanwijzing is voor down-, edwards- of patausyndroom.

Vanaf welk moment in de zwangerschap kan ik een NIPT doen?

U kunt de NIPT laten doen vanaf 11 weken zwangerschap.

Kan iedereen kiezen voor de NIPT?

Nee, niet alle zwangeren kunnen kiezen voor de NIPT. Uw verloskundig zorgverlener zal nagaan of er bij u medische redenen zijn waardoor u niet kunt kiezen voor de NIPT. De NIPT geeft dan geen betrouwbare uitslag. Vrouwen die zwanger zijn van een tweeling kunnen ook niet altijd kiezen voor de NIPT. En ook uw leeftijd telt mee: u kunt alleen kiezen voor de NIPT als u deelneemt aan een wetenschappelijke studie. U moet hiervoor minstens 18 jaar zijn. Wie jonger is, kan de NIPT dus niet laten doen.

Uw verloskundig zorgverlener zal u hier meer over vertellen. Meer informatie over de wetenschappelijke studie vindt u op www.meerovernipt.nl. Bij NIPT: TRIDENT-studie vindt u een paar veelgestelde vragen.

Ik heb ernstig overgewicht, kan ik dan toch meedoen aan de NIPT?

U kunt deelnemen aan de NIPT. Bij zwangeren met ernstig overgewicht (obesitas) mislukt de test wel iets vaker en is de test ook iets minder betrouwbaar.

Ik wil graag naast de NIPT ook een nekplooimeting, kan dat?

Nee, als u kiest voor de NIPT (TRIDENT-2) krijgt u niet ook nog een nekplooimeting. Een nekplooimeting heeft voor de screening geen toegevoegde waarde. Het mag ook niet, omdat de minister hier geen vergunning voor heeft gegeven.

Krijg ik met de NIPT ook het geslacht van mijn kind te horen?

Nee, het geslacht van het kind wordt niet gerapporteerd.

Waar kan ik terecht met vragen over de NIPT?

Met vragen kunt u terecht bij uw verloskundig zorgverlener. Meer informatie over de wetenschappelijke studie vindt u op www.meerovernipt.nl.

NIPT: bloed prikken en betalen

Waar kan ik bloed laten afnemen voor de NIPT?

Om bloed te laten afnemen voor de NIPT moet u naar een bloedafnamelocatie (prikpost): waar deze zijn staat op www.meerovernipt.nl

Waar kan ik voor de NIPT betalen?

De NIPT betaalt u online via www.niptbetalen.nl.

De NIPT is mislukt. Hoe kan ik de test opnieuw laten doen?

U kunt de NIPT nog een keer laten doen. Bij ongeveer tweederde van de zwangeren lukt de test dan alsnog. U hoeft hier niet voor te betalen. Uw verloskundig zorgverlener zal opnieuw een aanvraagformulier invullen en deze aan u meegeven. U neemt dit aanvraagformulier en het opnieuw geprinte e-ticket mee naar de bloedafnamelocatie (prikpost).
Afhankelijk van uw persoonlijke situatie en van de vraag hoe lang u zwanger bent, is het ook mogelijk te kiezen voor de combinatietest, de vlokkentest of een vruchtwaterpunctie (mogelijk met extra kosten).

NIPT: uitslag

Van wie en hoe krijg ik de uitslag te horen?

Dit verschilt per verloskundige, gynaecoloog en/of ziekenhuis. U wordt hier vóór het onderzoek over geïnformeerd.
Heeft u er voor gekozen om bij de NIPT ook eventuele nevenbevindingen te horen en heeft het laboratorium nevenbevindingen gevonden? Dan krijgt u de uitslag van uw verloskundig zorgverlener. Het kan ook zijn dat u gebeld wordt door een deskundige van een Centrum voor Prenatale Diagnostiek of een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis.

Wat als de uitslag van de NIPT goed is?

Een goede uitslag ('niet-afwijkend') wil zeggen dat er geen aanwijzingen dat uw kind down-, edwards- of patausyndroom heeft. De kans is heel klein dat uw kind toch een van deze aandoeningen heeft.

Geeft de uitslag van de NIPT zekerheid?

De NIPT geeft geen 100% zekerheid. De uitslag geeft aan of er een aanwijzing is dat uw kind down-, edwards- of patausyndroom heeft.
Bij een niet-afwijkende uitslag hoeft u geen verder onderzoek te laten doen. De kans is heel klein dat het kind toch down-, edwards- of patausyndroom heeft.
Krijgt u een afwijkende uitslag? Dan bent u mogelijk zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom. Er is een kans dat het kind de aandoening toch niet heeft. Hoe zeker is de uitslag?

  • Bij 75 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met downsyndroom, klopt dit inderdaad; 25 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met downsyndroom.
  • Bij 24 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met edwardssyndroom, klopt dit inderdaad; 76 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met edwardssyndroom.
  • Bij 23 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met patausyndroom, klopt dit inderdaad; 77 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met patausyndroom.

Bij een afwijkende uitslag is er dus een kans dat het kind de aandoening niet heeft. Als u zekerheid wilt krijgen, kunt u een vlokkentest of vruchtwateronderzoek laten doen. 

Denkt u er over om de zwangerschap af te breken? Dan is eerst vervolgonderzoek nodig om zekerheid te krijgen.

Lukt de NIPT altijd?

Nee, bij ongeveer 2 op de 100 vrouwen lukt de NIPT niet. Dit kan verschillende redenen hebben. Als de NIPT bij u mislukt is, kunt u de test nog een keer laten doen. U hoeft hier dan niet voor te betalen. Bij ongeveer tweederde van de zwangeren lukt de NIPT dan alsnog. U kunt ook kiezen voor de combinatietest, of een vlokkentest of vruchtwaterpunctie. Hier zitten mogelijk wel extra kosten aan. Wat het beste is, hangt af van uw persoonlijke situatie en hoe lang u zwanger bent.

NIPT: nevenbevindingen

Stel dat bij de NIPT een andere ziekte wordt gevonden dan het down-, edwards- of patausyndroom, krijg ik dat dan te horen?

Als u dat wilt, dan kan dat. Het kan hierbij gaan om ernstige of minder ernstige aandoeningen (anders dan down-, edwards- of patausyndroom) die bij het testen worden gevonden. We noemen dat nevenbevindingen. Bij de NIPT is het zo dat u zelf bepaalt of u eventuele nevenbevindingen wilt weten. Voor u de test laat doen, kunt u zeggen of u wel of geen nevenbevindingen wilt weten.

Wat zijn nevenbevindingen?

Het laboratorium kan andere chromosoomafwijkingen dan down-, edwards- of patausyndroom vinden. Deze chromosoomafwijkingen kunnen in het kind zitten, in de placenta (moederkoek) en zeer zeldzaam ook bij uzelf. Dat noemen we nevenbevindingen. U kunt daar op www.onderzoekvanmijnongeborenkind.nl/nevenbevindingen meer over lezen.

Waarom zou ik wel of geen nevenbevindingen willen weten?

Dit is een persoonlijke afweging. Sommige mensen vinden het overzichtelijker om de test te beperken tot de drie aandoeningen. Andere mensen willen juist graag zoveel mogelijk weten. Daarom kiezen ze ervoor om bij de NIPT alles wat op dit moment mogelijk is te laten onderzoeken.

Ik wil mijn keuze voor nevenbevindingen bij de NIPT aanpassen. Kan dat?

De keuze om wel of geen nevenbevindingen te horen, kan door uw verloskundig zorgverlener aangepast worden tot het moment dat de buizen met uw bloed verstuurd zijn naar het laboratorium. Medewerkers van het laboratorium kunnen deze wijziging niet doorvoeren! U kunt een eventuele wijziging dus het beste aangeven bij uw verloskundig zorgverlener, voor u bloed laat prikken.

NIPT: TRIDENT-studie

Waarom moet ik meedoen aan een studie als ik de NIPT wil?

Het is belangrijk om bij de invoering van de NIPT zo zorgvuldig mogelijk te werk te gaan. Zwangeren krijgen de test daarom aangeboden in het kader van de wetenschappelijke TRIDENT studies:

  • Sinds 1 april 2014 is de NIPT beschikbaar in het kader van de wetenschappelijke studie (TRIDENT-1) voor vrouwen met een verhoogde kans op een kind met down-, edwards- of patausyndroom, blijkend uit de combinatietest of met een medische indicatie.
  • Nadat bekend werd dat de NIPT ook een betrouwbare test is voor vrouwen zonder verhoogde kans op op een kind met down-, edwards- of patausyndroom, is besloten deze beschikbaar te maken voor alle zwangeren. Sinds 1 april 2017 kunnen zwangeren daarom ook voor de NIPT kiezen als eerste screeningstest. Bijna alle zwangeren komen dan in aanmerking voor de NIPT in het kader van de TRIDENT-2 studie.

Wat is het doel van de wetenschappelijke TRIDENT studies?

Doel van de studies is nagaan hoe we in Nederland de NIPT zo goed mogelijk kunnen aanbieden. Na afloop van de studies worden de resultaten gebruikt om advies te geven over de verdere invoering van de NIPT in Nederland.

Ik wil wel de NIPT, maar ik wil niet meedoen aan de studie, kan dat?

Dat is niet mogelijk. De NIPT wordt alleen in studieverband aangeboden.

Wat houdt deelname aan de wetenschappelijke studies in?

Als u meedoet aan een van de TRIDENT studies en kiest voor de NIPT, geeft u de onderzoekers schriftelijk toestemming gegevens te verzamelen over de zwangerschap en de uitkomst van de test. Ook wordt uw bloed opgeslagen. Een deel van de zwangeren wordt gevraagd mee te werken aan vragenlijsten en diepte-interviews.

Kan ik mij terugtrekken uit de studie?

Ja, u kunt zich altijd terugtrekken. Dit kunt u aangeven bij uw verloskundig zorgverlener. Wel is het zo dat als de buizen met uw bloed in het laboratorium zijn aangekomen er in elk geval een uitslag zal komen, omdat het laboratoriumproces dan niet meer gestopt kan worden. Als u aangeeft zich terug te willen trekken, hoeft uw verloskundig zorgverlener de uitslag niet aan u bekend te maken. Verder kunt u vragen om de (onderzoeks)gegevens te verwijderen. U kunt een eenmaal overgemaakte betaling voor NIPT (TRIDENT-2) niet terug krijgen als u niet meer mee wilt doen, ook niet bij een miskraam.

Waar vind ik meer informatie over de TRIDENT studies?

Op www.meerovernipt.nl vindt u meer informatie over de studie, het gebruik van uw gegevens, hoe u kunt betalen voor de NIPT en waar de bloedafnamelocaties (prikposten) zijn.

Combinatietest

Wat is de combinatietest?

De combinatietest bestaat uit een combinatie van twee onderzoeken:

  1. Een bloedonderzoek bij de zwangere in de periode van 9 tot 14 weken van de zwangerschap. Het laboratorium onderzoekt het bloed.
  2. Een nekplooimeting met een echo bij het kind in de periode van 11 tot 14 weken zwangerschap. Alle kinderen hebben een dun vochtlaagje onder de huid in de nek: de nekplooi. Hoe dikker de nekplooi, hoe groter de kans is dat het kind down-, edwards- of patausyndroom heeft.

Vanaf welk moment in de zwangerschap kan ik een combinatietest doen?

U kunt een combinatietest laten doen vanaf 9 weken (bloedonderzoek) en 11 weken (echo) zwangerschap.

Wanneer krijg ik de uitslag van de combinatietest?

Dit verschilt per echocentrum. Als het bloed een of twee weken voor de echo is afgenomen, dan krijgt u de uitslag meestal op de dag van de echo. Als het bloed later is afgenomen, dan krijgt u de uitslag enkele dagen na de echo.

Wat betekent de testuitslag ‘verhoogde kans’ bij de combinatietest?

Een ‘verhoogde kans’ betekent dat er een kans is van 1 op 200 of hoger dat uw kind down-, edwards- of patausyndroom heeft. Een kans van 1 op 200 betekent dat van elke 200 zwangeren op het moment van het onderzoek er één echt zwanger is van een kind met down-, edwards- of patausyndroom. De andere 199 vrouwen zijn in verwachting van een kind dat geen down-, edwards- of patausyndroom heeft. Een verhoogde kans is dus niet hetzelfde als een hoge of grote kans.

Geeft de uitslag van de combinatietest zekerheid?

De combinatietest berekent de kans dat uw kind down-, edwards- of patausyndroom heeft. Het onderzoek geeft dus geen zekerheid. Bij een verhoogde kans op een kind met down-, edwards- of patausyndroom kunt u kiezen wel of geen vervolgonderzoek te doen. Bij dit vervolgonderzoek is met zekerheid vast te stellen of uw kind een van deze aandoeningen heeft of niet. Als de kans op een kind met down-, edwards- of patausyndroom kleiner is dan 1 op 200 (bijvoorbeeld 1 op 1.000), heeft u geen vervolgonderzoek nodig. Zekerheid krijgt u niet. Er is dus een kleine kans dat uw kind toch down-, edwards- of patausyndroom heeft.

Waarom blijft de combinatietest bestaan als ik ook kan kiezen voor de NIPT?

Er lopen nu nog studies naar de NIPT (de TRIDENT studies). Pas als daar de resultaten van bekend zijn, kan bekeken worden of het zinvol is de NIPT definitief in te voeren als eerste screeningstest.

Waar kan ik voor de combinatietest betalen?

Dit verschilt per locatie. Het betalen kan meestal bij het centrum waar de echo plaatsvindt (pinnen is vaak mogelijk). Vraag bij uw verloskundig zorgverlener na waar u kunt betalen voor de combinatietest.

Ontdekt de combinatietest downsyndroom beter bij oudere zwangeren?

De combinatietest kan de kans op een kind met downsyndroom beter voorspellen bij oudere zwangeren. Bij jonge zwangeren mist de combinatietest meer kinderen met downsyndroom dan bij oudere zwangeren.

De combinatietest heeft bij oudere zwangeren ook een nadeel. Zij krijgen vaker te horen dat zij een verhoogde kans hebben op een kind met downsyndroom, terwijl vervolgonderzoek uitwijst dat hun kind geen downsyndroom heeft. De tabel geeft een overzicht.

Leeftijd zwangere vrouw Hoeveel kinderen met downsyndroom ontdekt de combinatietest? Hoeveel  zwangeren krijgen de uitslag dat zij een verhoogde kans hebben op een kind met downsyndroom, terwijl hun kind geen downsyndroom heeft?
20 - 25 jaar 80 van de 100 kinderen met downsyndroom Minder dan 5 van de 100 zwangeren
26 - 30 jaar 80-85 van de 100 kinderen met downsyndroom Minder dan 5 van de 100 zwangeren
31 - 35 jaar 85-90 van de 100 kinderen met downsyndroom 5 tot 10 van de 100 zwangeren
36 - 40 jaar 90-95 van de 100 kinderen met downsyndroom 10 tot 15 van de 100 zwangeren
41 - 45 jaar Meer dan 95 van de 100 kinderen met downsyndroom Meer dan 35 van de 100 zwangeren

Uitleg:

Stel dat er 100 vrouwen zijn in de leeftijd van 41 tot 45 jaar. Zij zijn allen zwanger van een kind met downsyndroom. De combinatietest ontdekt meer dan 95 van de 100 kinderen met downsyndroom. Vijf vrouwen krijgen als uitslag dat zij geen verhoogde kans hebben op een kind met downsyndroom, terwijl ze wel zwanger zijn van een kind met downsyndroom. Daar staat tegenover dat in deze leeftijdscategorie meer dan 35 vrouwen de uitslag krijgen dat ze een verhoogde kans hebben op een kind met downsyndroom, terwijl hun kind dit in werkelijkheid niet heeft.

Bij jonge moeders voorspelt de test minder goed dan bij oudere moeders. Stel dat er 100 vrouwen zijn in de leeftijd van 20 tot 25 jaar. Zij zijn allen zwanger van een kind met downsyndroom. De combinatietest ontdekt 80 van de 100 kinderen met downsyndroom. Twintig vrouwen krijgen als uitslag dat zij geen verhoogde kans hebben op een kind met downsyndroom, terwijl ze wel zwanger zijn van een kind met downsyndroom. Daar staat tegenover dat in deze leeftijdscategorie weinig vrouwen de uitslag krijgen dat ze een verhoogde kans hebben op een kind met downsyndroom, terwijl hun kind dit in werkelijkheid niet heeft.

Vervolgonderzoek:

Wanneer is er vervolgonderzoek nodig?

Als u na de combinatietest of NIPT een ongunstige uitslag heeft gehad, kunt u een gesprek krijgen bij een Centrum voor Prenatale Diagnostiek. Hierna kunt u kiezen om geen verder onderzoek te laten doen of kiezen voor vervolgonderzoek. Het vervolgonderzoek bestaat uit een vlokkentest (tussen 11 en 14 weken zwangerschap) of een vruchtwaterpunctie (na 15 weken zwangerschap). Bij een verhoogde kans op een kind met down-, edwards- of patausyndroom na de combinatietest heeft u ook nog de keuze voor deelname aan de TRIDENT-1 studie naar de NIPT (vanaf 10 weken zwangerschap).

Uit het vervolgonderzoek kan blijken dat u in verwachting bent van een kind met down-, edwards- of patausyndroom. Dit kan u voor moeilijke keuzes plaatsen. Praat hierover met uw partner, met uw verloskundige, huisarts of gynaecoloog. Als u besluit dat u uw zwangerschap voortijdig wilt beëindigen, kan dat tot 24 weken zwangerschap.

Wanneer krijg ik vervolgonderzoek aangeboden?

U krijgt vervolgonderzoek aangeboden als u een afwijkende uitslag bij de NIPT heeft gekregen of als de combinatietest een verhoogde kans op een kind met down-, edwards- of patausyndroom aangeeft.

U krijgt ook vervolgonderzoek aangeboden als bij de nekplooimeting een nekplooi wordt gemeten van meer dan 3,5 millimeter. Zelfs als de uitslag van de combinatietest geen verhoogde kans is.

Waaruit bestaat het vervolgonderzoek?

Het vervolgonderzoek bestaat uit een vlokkentest (tussen 11 en 14 weken zwangerschap) of een vruchtwaterpunctie (na 15 weken zwangerschap).

Was de eerste test een combinatietest en bleek daaruit dat u een verhoogde kans heeft op een kind met down-, edwards- of patausyndroom? U kunt dan ook kiezen voor deelname aan de TRIDENT-1 studie naar de NIPT.

Op 'Als u nadenkt over vervolgonderzoek' vindt u meer informatie.

Kan ik een NIPT, vlokkentest of vruchtwaterpunctie laten doen zonder eerst te screenen?

U kunt alleen direct een NIPT, vlokkentest of vruchtwaterpunctie laten doen als u daarvoor een medische indicatie hebt. Overleg hierover met uw verloskundige of gynaecoloog.

Ik ben 36 jaar, kan ik direct vervolgonderzoek (vlokkentest of vruchtwaterpunctie) laten doen zonder eerst te screenen?

Nee, u kunt, net als zwangeren die jonger zijn dan 36 jaar, alleen kiezen voor de combinatietest of NIPT. Wanneer uit de combinatietest of NIPT een afwijkende uitslag blijkt, kunt u kiezen voor vervolgonderzoek.

Zijn er risico’s verbonden aan de NIPT, vlokkentest of vruchtwaterpunctie?

Bij beide vervolgonderzoeken bestaat een kleine kans op een miskraam. Dit komt voor bij 2 van de 1.000 onderzoeken. Bij NIPT loopt u dat risico niet.

Wat is een vruchtwaterpunctie?

Bij een vruchtwaterpunctie wordt vruchtwater afgenomen en onderzocht. Kijk voor meer informatie over de vruchtwaterpunctie op www.erfelijkheid.nl/vruchtwaterpunctie.

Wat is een vlokkentest?

Bij de vlokkentest wordt een stukje weefsel van de moederkoek weggenomen en onderzocht. Kijk voor meer informatie over de vlokkentest op www.erfelijkheid.nl/kinderwens/vlokkentest.